De roodoor ara

De vogel wordt tussen de 55 to 60 centimeter lang. Zijn verenkleed is voornamelijk groen van kleur. Hij heeft een rood voorhoofd en een rode vlek op de wang waaraan hij zijn naam roodwangara te danken heeft. Rondom de ogen is de naakte huid roze gekleurd. Op de schouders zit een oranje rode vlek. Net zoals de bek zijn de poten zwart van kleur. De veren rondom de poten zijn rood van kleur. De punten van de vleugels en de staartveren zijn blauw gekleurd.

Deze vogel wordt alleen aangetroffen in een klein gebied, een halfwoestijn rondom een gebergte in centraal Bolivië. Hij komt voor op hoogtes van 1100 tot 2500 meter.

Ara arauna (blauwgele ara) Het voedsel bestaat voornamelijk uit zaden en fruit. Bij te korten aan deze voedingsstoffen vult hij zijn dieet aan met noten en maïs. In tegenstelling tot veel ara's maakt de roodwangara geen gebruik van nestholtes maar bouwt hij zijn nest op uitsparingen in steile kliffen bij voorkeur aan oevers bij de rivier.

De roodwangara is een zwaarbedreigde vogelsoort. In 1991 waren er nog ongeveer tussen de 2000 tot 4000 exemplaren. Naar schatting leven er nog ongeveer 150 exemplaren in het wild. Met name de illegale handel in exotische diersoorten heeft de aantallen laten slinken. Omdat de vogel ook de gewassen van de boeren aanvreet wordt hij door de boeren afgeschoten of vergiftigd.